


´Mama, gaan wij ook op vakantie?´ Samuel is dus met z´n ouders een maand naar Duitsland en Tygo en Evy zijn een poosje naar San José om te shoppen enzo. Alleen Kylie is thuis om met Ramona te spelen; dan lenen ze pannendeksels uit de keuken van de Reggaebar om te oefenen voor dat optreden van 15 september (en passant wat klanten wegjagend met hun blikkerige rotherrie).
´Nou, we kunnen wel een dagje naar Manzanillo gaan, als je wilt´
´Ja ja ja, wanneer gaan we?´ ´Nou, misschien volgende week dinsdag dan?´ Dus maandagavond pakte Ramona haar zwempak en duikbril in en verkondigde: ´morgenvroeg gaan we naar Manzanillo´. Noël had daar ook wel oren naar en dus gingen we dinsdagochtend op pad. Manzanillo is het eindpunt van de bus en ook het eind van de weg, nog voorbij Punta Uva. Voorbij Manzanillo heb je alleen nog een groot natuurgebied en dan de Panamese grens, maar daar gaat geen weg heen. Toen Columbus in 1503 langs deze kust zeilde (op zijn vierde en laatste reis naar de America´s) noemde hij dit stuk Punta Mona, omdat er zoveel brulaapjes zaten. Die zitten er nog steeds, het is een woest en verlaten gebied, nu door de locals Monkey Point genaamd (dit stuk van Talamanca is zo geisoleerd dat het Engels nog steeds door iedereen vloeiend gesproken wordt, waar de rest van het kanton intussen al erg verspaansd is). Het is een soort einde van de wereld, Manzanillo is een piepklein dorpje van tien huizen, een parkje met kokospalmen aan het strand en één bar-restaurant, genaamd Maxi´s. Het is erg relaxed, om niet te zeggen: oersaai.
Er is namelijk niets te doen. De middag strekte zich eindeloos uit, want er ging maar één bus terug naar Cahuita, om 5 uur ´s middags, daar moesten we dus wel op wachten. In de branding golfden wat glimmende boten met grote motoren, hier leeft men, naast een beetje toerisme, voornamelijk van de smokkelarij. In Panama is alles goedkoper dan in Costa Rica namelijk, dus is er vooral een levendige handel in benzine en sigaretten daarvandaan.
En, naar wij vermoeden, ook in de verboden witte poeders uit Colombia. Manzanillo heeft een verafgelegen stuk strand dat in de volksmond Coca Beach heet. Ooit waren daar namelijk honderden pakketten coke aangespoeld, die vervolgens al snel in de huizen van de dorpelingen verdwenen waren. Niet lang daarna verschenen de eerste grote Hummers, pick-up trucks en motorboten in het verder doodarme dorpje. Da´s allemaal al iets van twintig jaar geleden gebeurd, maar Coca Beach heet nog steeds zo en wij vermoeden dat Manzanillo nog steeds min of meer van de dopesmokkel leeft. In heel Midden-Amerika is deze narco-tráfico trouwens een enorm probleem, dat komt door de geografische ligging precies tussen de cocavelden van Colombia (en Bolivia) en de enorme markt voor witte poeders in Noord-Amerika. In sommige landen in deze regio heeft inmiddels de regering al niks meer te vertellen, maar maken de Colombiaanse en Mexicaanse drugsmafia de dienst uit. In Costa Rica is dat gelukkig nog niet het geval, maar het probleem neemt wel hand over hand toe en men moet echt oppassen om niet ook in een straffeloze narcostaat te veranderen, zoals Guatemala, Honduras en El Salvador dat allang zijn. Deze regio is van oudsher erg arm en met dope wordt dus heel veel geld verdiend, vandaar.
Goed, na een heeeel lange middag aan het strand van Manzanillo, gingen we nog even iets drinken bij de Maxi´s. Daar konden we mooi een oogje op de weg houden, zodat we vooral de laatste en enige bus naar huis niet zouden missen. Het keerpunt is namelijk precies voor de deur daar, er gaat immers geen weg verder de jungle in. De bus verscheen precies op tijd en na een uurtje hobbelen over de pokdalige strandweg stonden we weer op het vertrouwde busstation van Cahuita. Inmiddels stortregende het dus gingen we met de piratentaxi naar huis. Waar de hondjes en poes Simba al dolblij stonden te blaffen bij het hek.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten